Geschiedenis

Vanaf het moment dat de Katholieke Universiteit Nijmegen opgericht werd, waren alle studenten automatisch lid van het Nijmeegsch Studenten Corps Carolus Magnus. Na een tijd kwamen er protesten tegen het automatische lidmaatschap en werd het in de jaren zestig afgeschaft.

Met de oprichting van het Nijmeegsch Studenten Corps werden ook twee onderverenigingen opgericht, namelijk Roland en de Meisjesclub. Om het lidmaatschap van het corps te bereiken, moest eerst de ontgroening van een van de onderverenigingen te lopen. Het studentenleven was populair tot het eind van de jaren vijftig. Toen was tussen de 50% en 90% lid van Roland. In de jaren vijftig is de ontgroening en dus lidmaatschap van een van de onderverenigingen niet meer verplicht. Hiermee groeide het aantal studenten die geen lid waren geworden van een studentenvereniging. Zij zorgden voor onrust binnen het corps en als gevolg hiervan werd een derde ondervereniging opgericht. Dit was een samenstelling van zeven jaarclubs, waarvan het Argusdispuut R.E.I.N.A.E.R.T er een van was. In het begin van de jaren zestig volgde nog een uitbreiding van het corps met de oprichting van nog twee onderverenigingen. Eerst werd Telemachus in oktober 1960 opgericht en vervolgens de meisjessociëteit Dynamene in februari 1961.

In die tijd werd het corps meer een overkoepelend orgaan van allerlei onderverenigingen. In 1956 besloten drie van Roland afkomstige disputen een nieuwe gezelligheidsvereniging op te richten. De erkenning van deze vereniging betekende de openbreking van het corps. De ICR, de Intercorpsdisputaire Raad, werd bij het corps toegevoegd. Zij werd op 20 mei 1963 opgericht. De ICR bestond uit de jaarkringen Harponius, Sition, Vitalis en Aquila en de drie autonome Rolanddisputen. Op 12 maart 1964 werd zij officieel erkend.

Doordat het corps alleen nog maar een coördinerende functie had, werd het corps slecht nog gezien als een instantie waardoor de universiteit controle kon uitoefenen op studenten. Er kwamen steeds meer studenten in Nijmegen en er kwamen ook steeds meer leden. Desondanks had het corps grote financiële problemen. Dit kwam omdat de gezelligheidsverengingen gehuisvest waren in dure monumentale panden.

Aan het eind van de jaren zestig probeerden de traditionele gezelligheidsverenigingen hun krachten te bundelen. Dit mislukte en niet lang daarna ging Telemachus failliet. De financiële toekomst van Roland zag er ook alles behalve rooskleurig uit en daarom was er in 1972 een fusie tussen Roland en de Meisjesclub.Hierdoor werd de N.S.V. Carolus Magnus een feit.

Enkele Telemachusdisputen, waaronder Panacee en T.H.O.R. hadden zich in 1968 aangesloten bij Dynamene. Deze samenwerking bleek niet zo goed te werken en Dynamene viel al gauw uiteen in een traditioneel en progressief kamp. De vijf Telemachusdisputen die zich hadden aangesloten bij Dynamene besloten een disputenfederatie op te richten. Hierbij zouden de meisjesdisputen Pit Ah, Tarantella, Ca Ira en Capita Selecta zich ook aansluiten. Op 10 mei 1972 werden de statuten van de disputenfederatie aangenomen. De sociëteit van de disputenfederatie zou het voormalige pand van Telemachus worden.
Na een goede eerste introductie waardoor nog meer disputen die zich aansloten bij de disputenfederatie, meisjesdisputen Houtje Touwtje, Danuyanti en jongensdisputen Ex Foto en Olivier, ging het na september 1973 bergafwaarts met de disputenfederatie. De aangesloten meisjesdisputen gingen als eerste ten onder.

In 1964 zag het DCO, Disputen Contact Orgaan, het daglicht. Een gedeelte van de ongeveer dertig aangesloten disputen was afkomstig van het opgeheven ICR. In 1978 sloot meisjesdispuut Carte Blanche zich hierbij aan. In 1980 werd de naam DCO veranderd in Prometheus. Bij een nieuwe naam horen ook nieuwe disputen en in 1983 sloot dispuut L.U.M.E.N zich aan. Na deze opleving zakte Prometheus in korte tijd af naar creatieloos, non-actief orgaan. Essentiële problemen traden op de voorgrond. Dit waren slecht functionerende Prometheus en/of dispuutbesturen en zware financiële problemen. Kenmerkend was dat tijdens de introductie van 1983 vrijwel niets georganiseerd was en dat zelfs Prometheus bestuursleden nergens vanaf wisten. Onder de disputen was ook weinig animo om zich in te zetten voor de federatie. Een bestuursjaar bij Prometheus was niet langer belangrijk en interessant. Het voortbestaan van de federatie hing hierdoor aan een zijden draadje.

Op 1 september 1984 werd er in een vergadering besloten een coup te plegen tegen het toenmalige Prometheusbestuur. Het besluit werd genomen door de personen die het eerste Argusbestuur zouden vormen. Namelijk: Arnoud van Mosselveld (Panacee), Paul Bekkers (Aquila), Twan Vulik, Roland Jan Meijer (beiden Widukind), Enrico Grabers (L.U.M.E.N) en Arnold Stokking (T.H.O.R.). Zij waren ervan overtuigd dat zij hun eigen achterban mee konden krijgen. Per brief werd een algemene leden vergadering afgedwongen. Dit is vanwege verschillende redenen nooit gebeurd, maar het was voornamelijk omdat het toekomstige bestuur vanaf dat moment was overgegaan tot het waarnemen van de lopende zaken van het Prometheusbestuur. Echter, interne verdeeldheid, financieel wanbeheer en een besmette naam deed het nieuwe bestuur al snel besluiten een geheel nieuwe start te maken.

Het nieuwe bestuur deed dit door vanaf september op alle relevante recepties en vergaderingen te verschijnen. Dit heeft andere verenigingen in Nijmegen zeer verrast. Het besef kwam dat er een gezamenlijk belang is om het Nijmeegse studentenleven te promoten. Stokking´s bestuur stelde alles in het werk zich in te dekken tegen alle mogelijk risico´s. Om te beginnen was het belangrijk dat het vertrouwen van de crediteuren van Prometheus terug te winnen. Dit lukte uiteindelijk, vanwege het veelvuldig contact met deze instellingen. Het allerbelangrijkst was dat de aangesloten disputen weer een levendige belangstelling voor de federatie zouden krijgen en deze ook zouden behouden. Prometheus telde vijftien disputen, waarvan er negen uitgenodigd werden voor de oprichtingsvergadering. De rest van de disputen werden door het Argusbestuur niet actief genoeg bevonden om aanwezig te zijn bij de oprichtingsvergadering. Het nieuwe bestuur wilde alleen disputen die een duidelijke bijdrage zouden leveren aan het gemeenschappelijke doel. Alleen dan zou Argus een succes worden. De oprichtingsdatum werd gepland op 1 maart, deze datum zou eveneens de Dies Natalis worden. Dit was een uitstekende datum, omdat zo de Dies niet in of rondom de introductie zou vallen. De introductie van Katholieke Universiteit Nijmegen was en bleef de belangrijkste periode voor de N.D.F. Argus.

De uitgenodigde negen disputen waren allen aanwezig tijdens de oprichtingsvergadering. Zeven disputen werden direct lid van de federatie. Er werd tijdens de vergadering geprobeerd om de federatie een traditioneel karakter te geven. Dit kwam onder meer tot uiting door de formele wijze waarop de vergadering werd geleid. Na de oprichtingsvergadering kwam een periode waarin de vergaderingen druk bezocht werden. De verschillende aangesloten disputen begonnen meer en meer belangstelling te tonen voor de federatie. Binnen de federatie werd goed geïntegreerd en men begon elkaars activiteiten en recepties wederom te bezoeken.
Ook de eerste gezamenlijke introductie was een succes. Dankzij een strak financieel plan en een duidelijke taakverdeling verliep de organisatie gestructureerd. Na deze eerste gezamenlijke introductie werden er contacten gelegd met andere Nijmeegse studentenverenigingen, evenals met plaatselijke horeca en universitaire instellingen. Dit alles was nodig om de continuïteit van de federatie veilig te stellen.

In de jaren erna bleek Argus zo succesvol te zijn dat nieuwe disputen zich aan willen sluiten bij de N.D.F. Argus. Vrouwendispuut Skarabee, dispuut Boeland hebben zich inmiddels al enige tijd geleden aangesloten bij Argus. Dat Argus ook tegenwoordig populair is blijkt door de toevoeging van Dames Dispuut Aisa. In 2002 sloeg zij andere uitnodigingen af en besloot het adspirantaat van de N.D.F. Argus te doorlopen.

De afgelopen vijfentwintig jaar heeft de federatie haar sporen na gelaten in het Nijmeegse studentenleven. Nog steeds wordt ieder jaar een gezamenlijke introductie georganiseerd, waarbij de aangesloten disputen proberen om de hartjes van de eerstejaars voor zich te winnen. Dankzij de krachtenbundeling weten de verschillende disputen hun ledental op peil te houden.
De federatie telt op dit moment 9 disputen, het oudste opgericht in 1957 en het jongste in 2002. Elk van de disputen hebben een eigen identiteit en deze komt in mening Argusactiviteit naar boven.